Terug naar Le Mans 2011

De wereld om ons heen lijkt gek geworden. De afgelopen maanden waren we in de ban van een virus waar iedereen mee besmet zou worden. En inmiddels maakt de halve wereld elkaar uit voor van alles en nog wat, in plaats van dat ze openstaan voor elkaars verschillen. Een goed gesprek voeren over wat er allemaal op doet, of ook maar in de buurt durven te komen om elkaar de hand te schudden zit er niet in. Eigenlijk zou ik nu lekker met Henri en Dennis voor de 10e editie op rij de 24 uur van Le Mans bijwonen. Dat is helaas uitgesteld tot september. De vraag is nog steeds of we daar naar toe kunnen, desnoods maar met een mondkapje op. In plaats daarvan is er nu een virtuele 24 uur van Le Mans. Ik mag toekijken hoe andere professionals een computerspelletje spelen… Omdat er dus even geen nieuwe racereportages te maken zijn ben ik in mijn archieven gedoken en breng ik jullie de foto’s en het verhaal van mijn eerste bezoek aan Le Mans in 2011.

In het jaar 2010 had ik mijn eerste spiegelreflex camera gekocht. Een instapper, een donkerblauwe Pentax K-x. Dat jaar was bij mijn moeder kanker vastgesteld. Ik woonde nog thuis en logischerwijs draaide ons leven sindsdien daar omheen. Zo begon ik gewapend met een camera zelf maar mijn vleugels uit te slaan en er af en toe op uit te trekken. Even weg van alle ellende thuis en gewoon lekker lawaaierige auto’s kijken, een zeer nodige afleiding.

Ik besloot in 2011 een busreis te boeken naar de 24 uur van Le Mans. Die race had ik de afgelopen jaren al steeds op tv meegekregen. 2010 was een gave editie waarbij het sterke Peugeot al hun auto’s in de problemen zag komen en waarbij Audi ze alsnog wist te verslaan en tegelijk nog maar even het afstandsrecord verbeterde. Dit moest ik toch maar eens meemaken. Daarom stapte ik op vrijdagavond 10 juni 2011 in Breda op de bus richting Le Mans. Een Helmonder genaamd Dennis kwam naast me zitten. Hij bleek ook te fotograferen. Zo begonnen we een lange rit door de nacht richting Frankrijk. Ik bleek echt niet te kunnen slapen in een bus. Dus enigzins brak kwamen we in de ochtend bij het circuit aan en zag ik vanuit de bus al voor het eerst Tertre rouge en de Dunlop brug. Zo kwam ik net op tijd voor de warming up aan op het circuit.
Wat gelijk opviel is de omvang van het alles. Als ik op mijn tribune aanbeland was keek ik uit op de enorme pitstraat die ruimte bood aan de 55 deelnemende auto’s en nog een flinke tribune bovenop het dak van de pits heeft. En verder ook alle gebouwen en tribunes eromheen. En dan de auto’s. Wat een geweld als bijvoorbeeld een Corvette met een dikke amerikaanse V8 voorbij komt bulderen, de grond trilt dan gewoon. Of andere prototypes met een jankende v12, of de juist opvallend stille diesels van de favorieten van Audi en Peugeot. Je kunt de auto’s gewoon herkennen aan de verschillende geluiden die ze maken. Zo maakte ik een eerste verkenningsrondje langs het publieke deel van het circuit. Het circuit is gedeeltelijk een permanent circuit waar alle tribunes en faciliteiten te vinden zijn. Maar driekwart van de baan is openbare weg. Langs de baan vielen genoeg plekjes te ontdekken om foto’s te maken. Zeker als je een beetje creatief om kunt gaan met de beperkingen die je als publiek hebt kun je leuke dingen maken. Het wordt als het ware een sport om steeds weer nieuwe hoeken te vinden om toch iets anders dan anders te maken. Dat is iets wat ieder jaar weer leuk blijft. Onderstaande foto is gemaakt door het hek aan het begin van het start/finish rechte stuk tijdens de warm-up.

De RML auto, onder andere bestuurd door de eerste Stig van Top Gear (Ben Collins). Leuk detail is de reflectie van de coureur in de spiegel rechts, zeker op groot formaat.

Tussen de warm-up en de start van de race vonden nog diverse races in het voorprogramma plaats met Ferrari’s en klassieke auto’s. Ook deed Johnny Herbert met de Mazda 787B waar hij 20 jaar eerder in 1991 Le Mans mee won een aantal ronden over het circuit. Wat een auto is dat! Deze auto is de eerste Japanse auto die de 24 uur van Le Mans won en de enige auto die dat deed met een Wankelmotor. Een serieus stukje techniek, en een nog serieuzer kabaal, heerlijk!

Het toonde aan wat een diverse auto’s al aan deze race hebben meegedaan en wat er steeds weer aan nieuwe technologie wordt ontwikkeld. Zo deden Audi en Peugeot tegenwoordig met zeer geavanceerde diesel prototypes mee, iets waar je jaren daarvoor om gelachen zou hebben. Maar ze hebben die motoren zo efficiënt gekregen dat ze sneller en zuiniger waren dan de rest van het veld. Ook was op het evenemententerrein al de Peugeot 908 Hybrid4 te zien waar Peugeot het volgende jaar mee zou deelnemen, maar dat ging niet door door financiële problemen voor Peugeot. Audi zou dat jaar erop wel met een hybride komen. Deze race heeft door de geschiedenis heen bijgedragen aan de ontwikkeling van schijfremmen, ruitenwissers, ABS, aerodynamica, en veel meer zaken die tegenwoordig op de straatauto’s te vinden zijn. Deze race zou door enorme incidenten ook weer leiden tot verdere doorvoering van het gebruik van achteruitkijk camera’s en radar, iets wat nu in auto’s gebruikt wordt voor inparkeren.

De veelbelovende Peugeot 908 Hybrid4 die helaas nooit een race zou rijden. Alles was al ontwikkeld en gebouwd maar begin 2012 trok de directie kort voor de eerste race de stekker uit het project.

Na de demonstratie van Johnny Herbert begon de opbouw naar de race. Dit is opzichzelf al een heel schouwspel om te zien vanaf de tribune. Je ziet het de tribunes en staanplaatsen volstromen met het meest uiteenlopend uitgedoste publiek en de startgrid loopt vol met de auto’s en hun teams. De volksliederen van de deelnemers werden gespeeld waarbij zeker de Fransen en Engelsen luidkeels meezingen met hun volkslied. Straaljagers van Patrouille de France vlogen over. En tegen 3 uur deden ze bij de start van de opwarmronde de racestart van vroegere jaren na door de coureurs naar hun auto te laten sprinten. Na de opwarmronde kwam het veld langzaam aanrollen richting de start. Onder begeleiding van Star Wars muziek legden ze de laatste meters af tot de lijn waarna de startvlag gezwaaid werd en het gas erop kon. Het eerste uur zat vol actie. Er werd fel gevochten om de leiding. De nieuwe Aston Martin LMP1’s vielen allebei al in de 3e ronde uit met problemen. Maar goed dat ik ze in de warmup al had kunnen fotograferen. Na een uur haalde Allan McNish met de #3 Audi bij de Dunlop brug een teamgenoot plus ook nog maar een Ferrari in. Hij raakte daarbij de Ferrari wat resulteerde in een enorme klapper. Het was werkelijk een wonder dat McNish ongedeerd uit kon stappen en dat er niemand geraakt werd door de onderdelen van de uit elkaar spattende auto. In de jaren erna zou ik nog de Nederlandse marshalls ontmoeten die daar bij de brug bij post 8bis hun post hebben en Allan toen bij dat incident uit zijn auto hebben geholpen.

Hierna volgde een lange safetycar periode waarbij de bandenstapels in die bocht vervangen moesten worden en de rommel opgeruimd werd. Dit was een mooi moment voor mij om het terrein verder te gaan verkennen op zoek naar nieuwe fotoplekjes. En natuurlijk ook een slap stokbrood met kebab voor veel te veel geld… Voorzien van een simpel radiotje wat ik had gekocht kon ik overal langs de baan luisteren naar Radio Le Mans. Onmisbaar als je als fan overal waar je ook loopt op de hoogte wilt blijven van wat er gebeurt. De voornamelijk franse commentaren van de speakers langs de baan zijn lastig te volgen met alle lawaai. Maar met een radiotje aan je oorgeklemd gaat het best.
In de avond bezocht ik een concert van Concrete Knives en Razorlight. Na afloop liep ik naar de baan en zag ik iedereen verschrikt naar het videoscherm kijken. De #1 Audi van Mike Rockenfeller had midden in de nacht een langzamere Ferrari in proberen te halen en ook de Audi van Mike spatte uit elkaar op de vangrail. Nu was er nog maar 1 Audi over tegenover 3 fabrieks Peugeots en nog 1 extra van Oreca, hun kansen waren aardig geslonken leek het.

Tijdens de daarop volgende lange safetycar periode maakte ik een nachtelijk ritje in het reuzenrad, een bijzonder ervaring. En na nog wat nachtelijke foto’s besloot ik rond een uur of 2 maar eens wat rust te pakken in de bus. Slapen zat er niet in, dat lukt mij echt niet. Dus ergens na 5 uur in de ochtend liep ik nog brakker over de parking richting het circuit. Ik deed mijn radiotje met Radio Le Mans weer aan. Er bleek een flinke strijd gaande te zijn tussen de enige overgebleven #2 Audi en de Peugeots. Ik haaste me weer naar het circuit en keek daar toe hoe de laatste uren die strijd gestreden werd. Rond het opkomen van de zon is het in Le Mans happy hour. Dan zijn de baanomstandigheden ideaal voor snelle ronde tijden. Op den duur wist de Audi 3 uur en 20 minuten aan een stuk te rijden zonder banden te wisselen. Dat terwijl de auto dan met onderhand zo’n 240 km/u gemiddeld rond gaat en andere auto’s moet inhalen. Een prestatie!

De ontknoping van de race was dan ook geweldig. In het laatste uur kwamen de leidende Audi en de dichtsbijzijnde Peugeot tegelijk de pits in. De Audi had nog net tijd om banden te wisselen, maar de Peugeot moest om bij te blijven zonder verse banden de pits weer verlaten. Terwijl de minuten aftelden begon het ook nog zachtjes te regenen. En tegen het einde kwam de #49 Oak Racing LMP2 rokend voorbij en leek deze nog even een oliespoor weg te leggen. Maar ondanks dat wist de enig overgebleven Audi toch met een aantal seconden voorsprong op de Peugeot de finish te bereiken en was de buit binnen. Een van de meest closest finishes in deze race!

De winnende Audi komt binnen rollen!

Het was ook prachtig te zien hoe ook de kleine teams in de garages tegenover me al blij waren met dat ze uberhaupt de finish haalden. Dat is ook al een prestatie op zich die niet onderschat moet worden, zeker voor de wat meer amateur teams zoals de Lotussen of de Ford GT van het Robertson team, een racend echtpaar uit de USA. Ik vroeg me af waarom de teams al voor de finish al hun garage en tentje langs de pitmuur zag afbreken. Maar toen ik na de finish de invasie aan fans op de baan zag en fans met de meterslange borden van boven de garagedeur zag langslopen wist ik waarom!

Waar gaat dat heen?

De podiumceremonie voltrok zich voor een zee van fans. Daarna was het tijd om terug naar de bus te struinen. Terug naar nog een nachtje zonder slaap. Met Dennis kon ik de race bespreken en onze gemaakte foto’s showen. We zouden contact houden en de jaren erna als vrienden nog vele races bezoeken. Dat is ook het mooie van deze race. Je leert vele mede autosportfans kennen en je maakt samen op je eigen manier de slijtageslag door, net zoals de teams, de coureur en de auto’s dat op het circuit doen. Het is altijd weer een heel avontuur waar je nooit weet wat er gaat gebeuren. En soms ook een welkome afleiding van de sleur, of de drama’s die zich misschien in je leven afspelen. Zeker ook in deze tijden … Gelukkig hebben we de foto’s nog.

Related posts