IJsland

In maart 2018 vertrok ik met Denise en Henri naar IJsland. Dit keer eens geen zonnige bestemming, maar een roadtrip over een koud, maar bijzonder mooi vulkanisch eiland. Na enige weken van voorbereiding kwam de reis dan toch in zicht. Warme winterkleding was ingeslagen, een 4×4 huurauto geboekt, routeplan opgesteld. Maar toen ik de dag voor vertrek nog even de gegevens van de huurauto checkte bleek het niet in orde. Kosten die eerder bij de prijs inbegrepen waren zouden er ineens nog bovenop komen, waardoor de prijs verdubbelde. Gelukkig had ik nog net een paar uur om te cancellen. Toch maar voor een grote verhuurclub gaan ipv een klein bureautje die je proberen te belazeren. Snel boekten we dan maar bij Hertz een auto. Geen 4×4 meer maar een stationcar, jammer, maar het was even niet anders.
De volgende dag vlogen we dan werkelijk naar IJsland. Bij aankomst zagen we hoe de haast zwarte kust en de grillige omgeving van het vliegveld deels bedekt was met sneeuw.
Op naar de huurauto balie. Natuurlijk hadden we het enige verhuurbedrijf waar ook werkelijk een serieuze rij stond. Na een poos wachten bleek ook nog dat onze auto niet gereed was. Dus na uiteindelijk ruim een uur wachten konden we bij de balie komen. Maar om het goed te maken kregen we een gratis upgrade; geen stationcar maar een dik uitgeruste Land Rover Discovery 4×4. Met een dikke grijns als Jeremy Clarkson konden we op pad. De auto zou de 1,5 week daarna zeer goed van pas komen. We brachten een avond en nacht in Reykjavík door waar we een rondje liepen langs de Hallgrimskirkja kerk en de HARPA concert hal. Verder was er niet zoveel te zien in de stad, maar daar waren we ook niet voor gekomen.

 

De volgende dag vertrokken we richting het noorden naar ons huisje in de buurt van Stykkishólmur op het Snæfellsnes schiereiland. Halverwege de tocht in de buurt van Borgarnes sloeg het weer in een keer om, we zaten ineens in een flinke sneeuwbui. We stopten daar bij een lokale supermarkt, waar we nog even moesten wachten tot die open was. In no time lag er een flink pak poedersneeuw en braken er op de parkeerplaats al wat sneeuwbal gevechten los. Op de weg zagen we de sneeuwschuivers al direct op pad gaan, ze hebben er ervaring mee daar. Met de Land Rover overgeschakeld op de sneeuwstand reden we op het gemakje verder. Een eindje noordelijker lag nog wat minder sneeuw, de weg werd wat beter te doen. Langs de kant van de weg zagen we een aantal IJslandse paarden staan, waar we kort een kijkje namen. Niet te lang, want de sneeuw kwam ongeveer horizontaal voorbij jagen. Zelfs de paarden, die wel wat gewend waren, hadden het ook niet echt naar hun zin.

We waren nog te vroeg om in ons huisje in te checken en wilden nog wat van het Snæfellsnes schiereiland zien. Zodoende reden we een rondje over die punt, langs het gebergte. De volgende dag zouden we vanuit het plaatsje Olafsvik een boottocht doen om walvissen en orca’s te spotten. Als we dan toch over het schiereiland kwamen, konden we daar vast ook even kijken dachten we. Dus stelden we de navigatie daar op in, die stuurde ons na een tijdje vrolijk een bergweg over. Daar kwamen we natuurlijk opnieuw in flinke sneeuwbuien terecht en op den duur ook onverharde wegen, soms langs aardige afgrondjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

Verder langs de kust richting ons huisje was het weer niet veel beter. We reden langs de berg Kirkjufell, die pal langs de weg ligt, maar we konden die niet eens zien, alles was 1 grote witte waas. In de buurt van het huisje klaarde het uiteindelijk redelijk op en konden we genieten van de mooie omgeving.

 

Na een nachtje slapen was het tijd om ons dik aan te kleden en op tijd te vertrekken naar de haven van Olafsvik voor de boottocht. Op de heenweg was het droog en nu was de berg Kirkjufell dan wel zichtbaar dus stopten we nog voor een paar foto’s. Bij de boot kregen we ook nog een soort wetsuit aan voor over onze kleding. Iets wat geen overbodige luxe was. De boot voer eerst een stuk om het schiereiland heen om te komen bij een plek waar ze eerder in de week nog Orca’s gezien hadden. Het eerste stuk door de branding was natuurlijk wat ruw, maar verder ging het nog. Dus kon ik nog wat foto’s schieten. Maar toen we eindelijk in de buurt van de orca’s kwamen werd het weer ook slechter. Het ging regenen, een flink koude wind stak de kop op en daarbij ook meer golven natuurlijk. Ik heb nog een tijdje staan vechten met een lens die al onder het zeewater gespat was, maar met de golven erbij was het fotograferen ook geen doen meer. Als je als fotogek dan nog met 1 oog door een camera blijft turen, dan weer lucht, dan weer zee ziet, begin ook ik me uiteindelijk wat zeeziek te voelen. Het fotograferen ben ik toen mee gestopt, waarna ik me gelijk beter voelde. Gelukkig kregen we nog wel diverse orca’s te zien, dus de tocht was niet voor niks. Maar de vaart terug richting haven leek geen einde aan te komen. De regen en golven werden steeds heftiger. We stonden voorop en moesten goed vast houden. De boot klapte soms hard neer, ik ging een keer goed door mn knieën, de golven spatten over het dek. Ik had wollen handschoenen aan, die inmiddels doorweekt waren, wat natuurlijk ijskoud werd. Terwijl er nog golven over het dek spatten en we goed vast moesten houden kwam er nog iemand van de boot vragen of we een bekertje chocomelk wilden hebben. Ik zag even niet in hoe dat, zonder zelf onder de chocomelk komen te zitten, goed moest komen en bedankte maar vriendelijk…

 

Een nieuwe dag, een nieuw huisje; de dag na de boottocht was het een stuk aangenamer weer. Het was tijd om weer richting het zuiden te gaan naar ons volgende huisje in het hartje van IJslands Golden Circle. Het eerste stuk reden we weer terug over de grote ringweg rond het eiland. Zonder flinke sneeuwbuien konden we nu genieten van de mooie vergezichten. De navigatie stuurde ons na een tijdje toch meer het binnenland in richting het huisje. Dat bracht ons in nog mooiere omgevingen met bergen, beekjes met ijsschotsen, watervalletjes, nog meer IJslandse paarden etc. Hier kregen we vaker te maken met iets wat je in IJsland veel ziet: bruggen met maar 1 rijbaan (“EINBREIDBRU” staat er dan op het bord). Het ene bruggetje nog smaller dan het andere. Ook konden we de 4×4 mogelijkheden van de auto nog testen op nog meer onverharde weggetjes. Na een tijdje stonden we dan ineens voor een hek op de weg: “Impassable”. Sommige onverharde bergweggetjes bleken voor de winter afgesloten te zijn. Zodoende konden we weer tientallen kilometers de andere kant op, richting de grote ringweg.

 

 

 

 

 

 

Na een stukje via de randweg kwamen we dan toch uiteindelijk in de Golden Circle terecht. Eerst kwamen we nog langs een flink bevroren bergmeer. Daarna stond een bezoek aan Þingvellir National Park (Thingvellir) op ons programma. Hier liepen we door een grote kloof tussen twee lava rotswanden. Deze locatie is een van de locaties op IJsland die ook gebruikt is/wordt als filmlocatie voor de serie Game of Thrones. Het was zeker niet de laatste locatie waar we zouden komen die gebruikt is in films en series. Met zulke uiteenlopende extreme landschappen als IJsland is het geen wonder dat hier veel gefilmd wordt.

Die avond kwamen we bij ons volgende huisje aan in de buurt van Laugarvatn. Hier hadden we zowaar een bubbelbad, buiten welteverstaan. Toch best een aparte gewaarwording om met maar een paar graden boven nul ’s avonds buiten in zo’n hottub te zitten. En al helemaal om er daarna weer uit te stappen, toch maar gauw naar binnen hollen. Gedurende die avond hielden we de lucht in de gaten voor het noorderlicht, het was de eerste enigzins heldere avond. En jawel, rond elf uur ’s avonds was het raak! Boven het huisje en overal rondom ons was het te zien. Voor het oog was het alleen niet zo fel gekleurd als dat je op foto’s of filmbeelden ziet. Misschien omdat het niet super fel was, of omdat zo’n camerasensor er wat heftiger op reageert. Maar toen we het eenmaal zagen was het er niet minder indrukwekkend op. Het veranderde vaak snel van vorm en was overal te zien. Zo hebben we een tijdje op het dek bij het huisje gestaan. En ik, tja, ik deed mn plicht als fotograaf.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de Golden Circle van IJsland zijn we natuurlijk de verschillende grote attracties langs gegaan. Zo bezochten we tot 2x toe Geysir, waar om de paar minuten een flinke geiser uitbarst en grote wolken kokend water de lucht in spuwt. De omgeving daar rook ook naar zwavel en her en der kwam er stoom uit de grond omhoog. Ook bezochten we de grote Gullfoss watervallen en de vulkaankrater Kerið. Bij Kerið was het opvallend hoe veel verschillende kleuren lava gesteente er in en om de krater te vinden waren.

Na 2 nachtjes bij Laugarvatn was het tijd om de Golden Circle te verlaten en verder te gaan naar het volgende huisje in het zuiden van IJsland. Dit keer sloegen we de binnendoor wegen maar over om niet opnieuw tegen een afzetting aan te lopen. Dus reden we uiteindelijk verder over route 1, de ringweg. We bezochten enkele watervallen; Seljalandfoss en Skógafoss. Deze hoge watervallen liggen aan de voet van de Eyjafjallajökull vulkaan, welke in 2010 nog is uitgebarsten en toen voor een hoop problemen met de luchtvaart zorgde. Tijdens het plannen van onze roadtrip had ik gelezen dat er op het strand bij Sólheimasandur een vliegtuigwrak te vinden was. In 1973 was daar een Dakota DC-3 van de Amerikaanse marine gecrashed nadat die zonder brandstof kwam. Zodoende stopten we op de parkeerplaats van Sólheimasandur aan de ringweg en begonnen aan de wandeltocht richting het vliegtuig. Het was ruim 4 kilometer enkele reis over het zwarte zand, retour dus zo’n 2 uur lopen. Zo kwamen we nog eens aan onze beweging. Het was soms net of je over de maan liep, overal zwart zand. Soms ineens een enorme kei ergens midden op de vlakte. Waarschijnlijk waren die bij een vulkaanuitbarsting daar naartoe geslingerd. En op het einde kwamen we dan bij het wrak, een onwerkelijk gezicht.

Daarna maakten we nog een stop bij het zwarte strand van Reynisfjara. Daar zijn nog apart gevormde rotskusten te vinden, ook weer door vulkanische activiteit. En de rotspunten van Reynisdrangar staken daar uit het water. De zee ging daar ook flink tekeer met golven die tegen de rotsen aanbeukten en soms een eind het strand op kwamen (de “sneaker waves” waar ook voor gewaarschuwd werd).

Voor het volgende item op ons programma hadden we ons goed voorbereid; Dik aangekleed gingen we op pad naar Skaftafell waar we onder begeleiding van een gids de gletsjer op zouden gaan. Vooraf kregen we stijgijzers, een helm en een ijsbijl mee. Na een soort dakar rally achtige tocht over onverhard terrein met een speciaal daarvoor omgebouwde bus kwamen we aan bij de gletsjer. De gletsjer bij Skaftafell is een uitloper van de Vatnajökull gletsjer, de grootste ijsmassa van heel Europa. Ook hier wordt veel gefilmd; de uitloper ernaast is makkelijker toegankelijker voor groot materieel en is dan ook gebruikt voor bijvoorbeeld Interstellar (Dr. Mann’s ice planet), James Bond, Batman, en wederom Game of Thrones. Maar voor onze gletsjer moesten we eerst een eindje bergopwaarts. Daarna konden de stijgijzers aan en konden we het ijs op. Het grappige was dat we uiteindelijk gewoon lagen kleding uit konden doen. We hadden verwacht dat het hoog in de heuvels aardig zou waaien en koud zou zijn boven de ijsmassa. Maar het was een zonnige dag en het was goed toeven daar bovenin. Na een rondje lopen over de gletsjer gingen we ook een ijsgrot in. Vandaar ook de helm; de grot was aan het smelten en zou misschien over 1 a 2 weken kunnen instorten. Er vielen nu soms al stukken ijs en stenen naar beneden, niet omhoog kijken dus. Het ijs onder de gletsjer was helder blauw van kleur, erg mooi om te zien. Hier en daar liepen ook stroompjes water in de grot en op de gletsjer. Van het smeltwater op de gletsjer kon je gewoon drinken, het was zeer schoon, haast demiwater (geen toevoegingen zoals leidingwater) en natuurlijk lekker koel. Op de gletsjer hoorden we ineens een eind verder nog wat gebulder. Er storten wat grote rotsen van de rotswand een eindje verder naar beneden. Het ijs en ook alles er omheen is steeds in beweging, het verandert continu. Pas toen we weer beneden kwamen werd het wat frisser, er stak een windje op en kleding kon weer terug aan. Na nog een ritje in onze Dakar bus zat de trip er weer op, een zeer geslaagd uitje!

In het zuiden hebben we nog een bezoek gebracht aan het gletsjermeer Jökulsarlón. Daar dreven grote ijsschotsen die afbraken van de gletsjers richting zee. Ook zaten daar volop zeehonden, een mooi zicht daar in het licht van de ondergaande zon. Een eindje verder lag een strandje met de bijnaam Diamond beach. Daar werden door de golven grote en kleine stukken ijs terug op het zwarte zand geworpen. Het is ook niet moeilijk om te zien waar ze die bijnaam vandaan haalden.

De laatste nacht in het zuiden van IJsland was wederom een heldere nacht. Na een hele dag regen klaarde het ’s avonds helemaal op. En daardoor konden opnieuw het noorderlicht zien. In een verlaten omgeving zoals daar was het ongelofelijk hoeveel sterren er daar te zien waren. En om dan ook de aurora er nog bij te hebben was erg mooi. Erg komisch was ook toen onze aziatische buren ontdekten dat het noorderlicht te zien was. Wij stonden al aan de rand van het parkje met mn camera opgesteld foto’s te nemen. Opeens hoorden we daar “Aurora, Aurora!” roepen. Als een soort mierenhoop die in beweging kwam zag je mensen toen rond het huisje rennen op zoek naar hun camera en de anderen wakker schudden. Zelf zijn we daarna nog een eindje verder gereden naar een watervalletje in de buurt, om zo geen last te hebben van licht van de huisjes. In de nacht leken er ineens nog wel redelijk wat vrachtwagens op pad te zijn, terwijl je die overdag eigenlijk niet zag. Dit had als voordeel dat de rotsen toch nog een beetje bijgelicht werden in mn foto. Het noorderlicht werd alleen wel snel minder actief en minder fel, dus zag je deze avond niet zoveel vegen in de lucht. Maar de camera wist nog wel de groene gloed op te pakken.

Voordat we de huurauto weer konden gaan inleveren bij het vliegveld hadden we nog 1 uitje: Denise ging nog een rondje doen op een echt IJslands paard. Eerder op de reis waren we de paarden al regelmatig tegen gekomen. Ook had ze volop verteld over hoe dit paardenras een eigen draf heeft (de tölt). En ook dat op IJsland geen andere rassen zijn toegestaan en er geen paarden geïmporteerd mogen worden om het zo zuiver mogelijk te houden. Zo was het voor ons allen uiteindelijk een zeer geslaagde trip. De prachtige uiteenlopende omgeving en de relaxte levensstijl van de IJslanders beviel ons wel. Wie weet tot ziens?!

 

 

Related posts